Laatst bijgewerkt op: 21-05-2019 - aantal paginaweergaves: 53 - gemiddelde leestijd: 0 minuten, 57 seconden

C.1.1 Vastgoedbeleggingen

Een vastgoedbelegging is een onroerende zaak die wordt aangehouden of wordt ontwikkeld om huuropbrengsten of waardestijging of beide, te realiseren en niet voor de activiteiten van de kerk.

De eerste waardering van een vastgoedbelegging geschiedt tegen verkrijgingsprijs, inclusief de transactiekosten.

Vastgoedbeleggingen worden gewaardeerd tegen hetzij actuele waarde, hetzij historische kosten. Degekozen waarderingswijze is voor alle vastgoedbeleggingen gelijk.

Indien wordt gekozen voor actuele waarde worden alle vastgoedbeleggingen tegen reële waarde gewaardeerd. De reële waarde in deze richtlijn is voor panden de WOZ waarde en voor gronden de fiscale waardering, zoals jaarlijks bekend gemaakt door de Belastingdienst (waardering van verpachte gronden in Box 3).

Winsten en verliezen die ontstaan door een wijziging in de reële waarde worden verwerkt in de staat van baten en lasten van de periode waarin de wijziging zich voordoet. Daarnaast moet ten laste vande resultaatbestemming een herwaarderingsreserve worden gevormd.
Bij waardering op basis vanactuele waarde vindt geen afschrijving plaats.

Vastgoedbeleggingen die op basis van historische kosten worden gewaardeerd, dienen in de toelichting de actuele waarde zoals hiervoor gedefinieerd te vermelden .