Laatst bijgewerkt op: 22-05-2019 - aantal paginaweergaves: 64 - gemiddelde leestijd: 3 minuten, 16 seconden

C.5 Eigen Vermogen

C.5 Eigen Vermogen

De post eigen vermogen is het overblijvend belang in de activa van een rechtspersoon na aftrek van al zijn vreemd vermogen. Anders gezegd, het eigen vermogen is het totaal van de activa minus de voorzieningen en de lange en kortlopende schulden.

Binnen het eigen vermogen wordt onderscheid gemaakt in de algemene reserves (inclusief eventuele wijkreserves), de herwaarderingsreserve, de bestemmingsreserves en de bestemmingsfondsen.

Bestemmingsreserve is het deel van het eigen vermogen dat wordt afgezonderd, omdat daaraan een beperktere bestedingsmogelijkheid is gegeven dan gezien de doelstelling van de rechtspersoon zou zijn toegestaan, waarbij deze beperking door het College is aangebracht.

Bestemmingsfonds is het deel van het vermogen dat wordt afgezonderd, omdat daaraan een beperktere bestedingsmogelijkheid is gegeven dan gezien de doelstelling van de rechtspersoon zou zijn toegestaan, waarbij deze beperking door derden is aangebracht.

Bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen zijn geen voorzieningen.

Dotaties en onttrekkingen aan bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen worden in deel C van de staat van baten en lasten verwerkt.

De omvang van de herwaarderingsreserve is gelijk aan het verschil tussen de boekwaarde op basis van actuele waarde en de boekwaarde zoals deze zou zijn geweest op basis van historische kosten.

Toelichting

Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserves (inclusief eventuele wijkreserves), de herwaarderingsreserve, de bestemmingsreserves en de bestemmingsfondsen.

Bestemmingsreserve is eigen vermogen dat wordt afgezonderd, omdat het College daaraan een beperktere bestedingsmogelijkheid heeft gegeven.

Bestemmingsfonds is eigen vermogen dat wordt afgezonderd, omdat de “gever” daaraan een beperktere bestedingsmogelijkheid heeft gegeven.

Bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen zijn geen voorzieningen.

Dotaties en onttrekkingen aan bestemmingsreserves en bestemmingsfondsen worden in onderdeel C van de staat van baten en lasten verwerkt.

Voorbeeld

Voorbeeld mutaties in bestemmingsreserves:

Alle mutaties van een bestemmingsreserve moeten via de staat van baten en lasten lopen.
Dus ook als de kerkenraad beslist dat vanuit de algemene reserve een bestemmingsreserve wordt gevormd moet dat via de staat van baten en lasten. Op deze manier sluit D altijd aan op de mutaties in de algemene reserve.

De besteding van bestemmingsreserves loopt ook via de staat van baten en lasten.
We hebben hiervoor, bij het verwerken van giften en acties, een voorbeeld van gezien.
In dat voorbeeld kwam vanwege het incidentele karakter zowel de vorming als de besteding van de bestemmingsreserve via onderdeel B.
Er zijn echter ook situaties dat de besteding via onderdeel A loopt.

Stel een gemeente wil een nieuwe predikant benoemen en heeft op basis van de meerjarenraming over 8 jaar gezien dat t/m jaar 3 dit met een sluitende begroting kan, maar dat vanaf jaar 4, gezien dalende ledenaantallen en een verwachte daling van de opbrengst levend geld, tekorten ontstaan.

Over de periode van jaar 4 t/m 8 gaat het om een verwacht bedrag van € 60.000.

De gemeente heeft echter nog een algemene reserve van € 1 miljoen.

Zij besluit zekerheidshalve een bestemmingsreserve predikantsplaats te vormen van € 100.000.

De vorming van deze bestemmingsreserve gaat in het jaar van het besluit via de staat van baten en lasten in onderdeel C als een negatieve post van € 100.000 en als het resultaat A en B beide nul zijn resulteert dat in een negatief resultaat D van - € 100.000.

In de balans daalt de algemene reserve met 100.000 en komt er een positieve bestemmingsreserve predikantsplaats van 100.000.

In jaar 4 ontstaat er inderdaad in het operationeel resultaat een tekort van € 5.000.

Resultaat A is dan in jaar 4 € 5.000 negatief. In C komt een positieve onttrekking van de bestemmingsreserve predikantsplaats van € 5.000.

Het eindresultaat D is nul.