Laatst bijgewerkt op: 22-05-2019 - aantal paginaweergaves: 117 - gemiddelde leestijd: 0 minuten, 32 seconden

B.3 Discontinuïteit en gerede twijfel van continuïteit

Bij de waardering van activa en passiva wordt uitgegaan van de veronderstelling dat de werkzaamheden van de gemeente, diaconie of stichting worden voortgezet. Zodra deze veronderstelling niet meer geldt moeten alle activa en passiva worden gewaardeerd op de realiseerbare waarde.

De realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. De opbrengstwaarde is de meest voor de hand liggende waarde. De beste indicatie voor de opbrengstwaarde van een actief, is de prijs vastgesteld in een bindende verkoopovereenkomst. Als er geen verkoopovereenkomst is, is de opbrengstwaarde gelijk aan de marktprijs minus de kosten van het afstoten.