Laatst bijgewerkt op: 21-05-2019 - aantal paginaweergaves: 252 - gemiddelde leestijd: 1 minuut, 31 seconden

B.4 Grondslagen voor bepaling van het resultaat

B.4 Grondslagen voor bepaling van het resultaat

Volgens het hoofdstuk Eigen vermogen worden alle vermogensmutaties in de staat van baten en lasten verantwoord, tenzij op grond van deze richtlijn rechtstreeks in het eigen vermogen mag worden gemuteerd.

De gevolgen van transacties en andere gebeurtenissen worden verwerkt wanneer ze zich voordoen (en niet wanneer geldmiddelen worden ontvangen of betaald) en worden in de jaarrekening verwerkt in de periode waarop ze betrekking hebben. Dit wordt het toerekening beginsel genoemd.

De lasten worden toegerekend aan de periode waarin ook de bijbehorende baten worden verantwoord. Dit is het matching principe.

Toelichting

Het toerekeningsbeginsel: ten behoeve van een correct exploitatieresultaat moeten de gevolgen van transacties en andere gebeurtenissen aan verslagjaren toegerekend worden.
Voor deze toerekening is de periode waarop de opbrengsten en kosten betrekking hebben bepalend en niet de periode waarin de opbrengsten in de vorm van liquide middelen zijn ontvangen c.q. de periode waarin de kosten in de vorm van liquide middelen zijn betaald.

Het matchingprincipe houdt in dat de kosten zo veel mogelijk in die periode worden verantwoord waarin de met die kosten samenhangende opbrengsten worden behaald. Dit is dus een nadere uitwerking van het Toerekeningsbeginsel.

Voorbeeld

In december van jaar X verhuurt u uw verenigingsgebouw voor een activiteit.
Voor die activiteit verricht u inkopen op factuur.
Na afloop van de activiteit factureert u aan de huurder.
Zowel de inkoopfacturen als de factuur aan de huurder worden in jaar X ontvangen/verstuurd, maar eerst in jaar X+1 betaald.
U boekt de inkoopfacturen ten laste van jaar X en de factuur aan de huurder ten gunste van jaar X.