Laatst bijgewerkt op: 10-05-2019 - aantal paginaweergaves: 182 - gemiddelde leestijd: 1 minuut, 11 seconden

C 1.1 Voorbeelden

Voorbeeld a:
Alle vastgoedbeleggingen van gemeente A worden gewaardeerd tegen de WOZ, de actuele waarde.
In 2019 wordt er nog een pand gekocht voor € 200.000.
De WOZ van dat pand is € 180.000 en er is een reserve koers- en waarderingsverschillen van € 350.000.
De aankoop wordt geboekt tegen € 200.000.
In de jaarrekening moet ook het nieuwe pand tegen de WOZ worden opgenomen, dus tegen € 180.000.
Dat leidt tot een bijzondere last van € 20.000 (onderdeel B).

Door aan de reserve koers- en waarderingsverschillen € 20.000 te onttrekken (onderdeel C), is het effect van de afwaardering op het saldo van de totale baten en lasten nihil.

Voorbeeld b:
Gemeente B bezit een pand dat verhuurd wordt.
De huurder vertrekt en gemeente B besluit dat dit een mooi moment is om te verkopen.
Het pand was gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van € 120.000 en wordt verkocht voor € 295.000.
Doordat deze gemeente haar vastgoedbeleggingen waardeert tegen de verkrijgingsprijs is er geen reserve koers- en waarderingsverschillen.

De boekwinst van € 175.000 wordt in de jaarrekening verantwoord als een bijzondere bate, waardoor (in de veronderstelling dat het saldo van alle overige baten en lasten 0 is) er een positief eindsaldo van baten en lasten ontstaat van € 175.000, dat aan het eigen vermogen wordt toegevoegd.