Laatst bijgewerkt op: 22-05-2019 - aantal paginaweergaves: 90 - gemiddelde leestijd: 2 minuten, 34 seconden

C 1.1 Waardering

Bij de waardering van vastgoedbeleggingen is er een keuze tussen de waardering op verkrijgingsprijs of actuele waarde.
De gekozen waarderingsgrondslag moet in de toelichting worden vermeld.

De verkrijgingsprijs is ook hier de prijs waarvoor het actief is gekocht inclusief alle bijkomende kosten en na aftrek van ontvangen subsidies e.d.
Is die prijs niet meer te achterhalen of gaat het om een schenking of iets dergelijks, dan is de verkrijgingsprijs € 1.

Onder actuele waarde voor gebouwen wordt hier verstaan de WOZ-waarde en voor onbebouwde grond de waarde die de Belastingdienst elk jaar opgeeft voor de “waardering van verpachte gronden in box 3” voor het boekjaar.

In die publicatie (die heet “Waardering verpachte grond in box 3 20..”) staan alle waarden van onbebouwde gronden in Nederland, verdeeld per gemeente en een groot aantal regio’s.
Deze publicatie is te vinden op de site van de Belastingdienst.
Voor 2017 kunt u die bijvoorbeeld vinden achter deze link . Als u zoekt op de site van de Belastingdienst onder “ waardering van verpachte gronden ”, vindt u hem snel.
Vervolgens is het een kwestie van de juiste grondwaarde vinden, de restant looptijd van de eventuele pacht achterhalen en vermenigvuldigen met de hoeveelheid grond in eigendom.

Er moet dus een keuze gemaakt tussen verkrijgingsprijs en actuele waarde.
Die keuze geldt voor alle vastgoedbeleggingen en is later niet of nauwelijks terug te draaien.
Het is daarom verstandig om goed stil te staan bij deze keuze.

Is de verkrijgingsprijs € 1 en is dat ook de waarde op de balans per 1-1-2019, dan ligt vanuit administratief standpunt de keuze voor “verkrijgingsprijs” voor de hand, want dan zijn er nadien geen veranderingen in de boekwaarde.
Maar in de toelichting moeten dan de actuele waarden zoals hiervoor omschreven worden vermeld.

Is de waarde per 1-1-2019 de (lagere) verkrijgingswaarde en kiest u voor de actuele waarde, dan ontstaat er een incidentele bate, die wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve.
Is de waarde een jaar later nog hoger, dan is er opnieuw een incidentele bate die weer wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve koers- en waarderingsverschillen. Is dan de waarde lager, is er een incidentele last die wordt onttrokken aan de hiervoor genoemde bestemmingsreserve.

De bestemmingsreserve kan natuurlijk niet verder dan nul dalen, dus als er daarna nog boekverliezen zijn, dan komen die incidentele lasten ten laste van het eigen vermogen.

Er hoeft dus maar 1 keer per jaar een waardeverandering te worden geboekt.

Er is nog een speciaal geval: als u gekozen heeft voor de verkrijgingsprijs (die groter is dan € 1) en de actuele waarde wordt lager dan de verkrijgingsprijs.
Als het ernaar uitziet dat dit langere tijd gaatduren en de waardedaling is behoorlijk groot, dan moet deze waardedaling als een incidentele last worden geboekt en onttrokken aan de bestemmingsreserve of het eigen vermogen.