Laatst bijgewerkt op: 21-05-2019 - aantal paginaweergaves: 408 - gemiddelde leestijd: 1 minuut, 25 seconden

C.1 Materiële vaste activa

Materiële vaste activa zijn activa;
a. die door het College/Bestuur worden aangehouden voor kerkelijke, dan wel diaconale doeleinden of voor verhuur aan anderen.
b. waarvan men verwacht dat ze de uitoefening van de activiteiten van de rechtspersoon duurzaam (gedurende langer dan een jaar) dienen.

De boekwaarde is het bedrag waarvoor het actief in de balans is opgenomen.

Afschrijving is de systematische allocatie van het af te schrijven bedrag van het actief over zijn economische levensduur.
De gehanteerde afschrijvingspercentages worden vermeld in de toelichting op de balans.

De kostprijs is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs van een actief die wordt betaald, of de reële waarde van een andere vergoeding die wordt verstrekt ter verkrijging of vervanging van een actief. De waardering van het actief vindt plaats op basis van de kostprijs verminderd met cumulatieve afschrijvingen.

De periodieke afschrijvingskosten worden verwerkt in de staat van baten en lasten.

De kosten van groot onderhoud worden verwerkt via een onderhoudsvoorziening. De toevoeging aan de voorziening wordt bepaald aan de hand van het geschatte bedrag van het groot onderhoud, en de periode die telkens tussen de werkzaamheden voor groot onderhoud verloopt. Deze dotatie wordt verantwoord als onderhoudskosten. De uitgaven aan onderhoud gaan ten laste van de onderhoudsvoorziening. Als de kosten voor groot onderhoud uitgaan boven de boekwaarde van de voorziening, worden de meerkosten verwerkt in de staat van baten en lasten. Bij de bepaling van de dotatie groot onderhoud, wordt rekening gehouden met de ontvangen overheidssubsidies (BRIM, SIM).

De verwerking van groot onderhoud moet voor alle soortgelijke activa op dezelfde wijze plaatsvinden.