Laatst bijgewerkt op: 21-05-2019 - aantal paginaweergaves: 91 - gemiddelde leestijd: 1 minuut, 46 seconden

C 1 Afschrijving

Omdat de waarde van deze goederen in de loop van de tijd lager kan worden dan de verkrijgingsprijs, wordt op die goederen afgeschreven.
Dat moet systematisch gebeuren, dus jaarlijks, met een vast percentage van de verkrijgingsprijs (afhankelijk van de levensduur) tot de restwaarde is bereikt.

Een afschrijvingsmethode geldt voor alle soortgelijke goederen en kan niet tussentijds worden aangepast tenzij er iets bijzonders gebeurt.

De restwaarde van inventarissen en installaties is vrijwel altijd € 1.
Ook voor kerkgebouwen wordt doorgaans een restwaarde van 1 € aangenomen, omdat een objectieve schatting moeilijk te maken is.
Als echter aannemelijk gemaakt kan worden dat de restwaarde meer is dan € 1, mag afgeschreven worden op basis van die hogere restwaarde.

Een restwaarde mag niet lager zijn dan € 1 om te voorkomen dat het activum uit de boeken verdwijnt.
Bij pastorieen en verenigingsgebouwen is er als het goed is de WOZ-waarde.
Als die gelijk is aan of hoger dan de verkrijgingsprijs, hoeft er niet te worden afgeschreven.

Gangbaar zijn de volgende levensduren :

  • Gebouwen (dus zonder de grond) 40-50 jaar
  • Installaties 10-15 jaar
  • Meubilair 10 jaar
  • Kleine inventaris en computers 2-3 jaar
  • Orgels 15 -20 jaar

Kortere levensduren mogen, langere zijn niet aan te bevelen en nogmaals, let bij het bepalen van de afschrijvingen ook en vooral op de administratieve eenvoud.

De afschrijvingen op materiële vaste activa (met uitzondering van vastgoedbeleggingen) worden geboekt in daarvoor bestemde rubrieken in de staat van baten en lasten (rekeningschema 42).
De gebruikte afschrijvingspercentages moeten in de toelichting komen.

Investeringen/desinvesteringen Investeringen, zoals de aanschaf van nieuw meubilair of de kosten van een ingrijpende verbouwing, moeten in de desbetreffende kolom (als een +) worden geboekt.

Grote reparaties zijn geen investeringen en moeten in principe ten laste van de onderhoudsvoorziening komen.

Desinvesteringen, de verkoop van goederen die een boekwaarde hebben, moeten eveneens in de desbetreffende kolom (als een - ) worden geboekt.

Ad 3. Vastgoedbeleggingen Zie de toelichting bij C.1.1 Vastgoedbeleggingen.