Laatst bijgewerkt op: 22-05-2019 - aantal paginaweergaves: 297 - gemiddelde leestijd: 2 minuten, 49 seconden

C 1 Voorbeelden

Voorbeeld waardering

In de jaarrekening 2018 is de pastorie gewaardeerd op de WOZ-waarde van € 300.000.

In de jaarrekening 2019 moet echter de verkrijgingsprijs van € 180.000 worden toegepast.
Er is een herwaarderingsreserve van € 90.000.

Als gevolg van de afwaardering ontstaat in 2019 een bijzondere last van € 120.000.
Door aan de herwaarderingsreserve € 90.000 te onttrekken, is het totale verlies (in de veronderstelling dat het saldo van alle overige baten en lasten 0 is) € 30.000, waardoor het eigen vermogen met datzelfde bedrag daalt.

Doordat de verkrijgingsprijs lager is dan de WOZ-waarde, hoeft op de pastorie niet te worden afgeschreven.

Voorbeeld voorziening groot onderhoud

We weten dat een aantal gemeenten nog niet werkt met een onderhoudsvoorziening.
De nieuwe richtlijn stelt deze verplicht.

De onderhoudsvoorziening moet gebaseerd zijn op een meerjarig onderhoudsplan.
Dit plan geeft de te verwachten onderhoudsbeurten aan in de toekomst bv een schilderbeurt eens in de vijf jaar of een reparatie van het dak eens in de twintig jaar.
Op basis van het onderhoudsplan wordt de jaarlijkse dotatie aan de onderhoudsvoorziening bepaald.

In de jaarlasten wordt dan bij de operationele lasten deze onderhoudsdotatie geboekt (onderdeel A). Dit heeft als voordeel dat de onderhoudslasten gelijkmatig over de jaren worden verdeeld zodat er een goed inzicht is in de structurele onderhoudskosten.
Dit is ook van belang voor goede meerjarenramingen.

Een tweede voordeel is dat er “gespaard“ wordt voor het noodzakelijk onderhoud zodat, als het daadwerkelijke onderhoud uitgevoerd wordt, er geen plotselinge tekorten ontstaan.

De verwerking is als volgt:

  • De dotatie wordt jaarlijks als last in de operationele lasten geboekt en ten gunste van de onderhoudsvoorziening geboekt.
  • De daadwerkelijke uitgaven aan groot onderhoud worden ten laste van de onderhoudsvoorziening geboekt.
  • Alleen als de onderhoudsvoorziening onvoldoende is om de uitgave te dekken, wordt voor het bedrag dat in de onderhoudsvoorziening tekort komt extra lasten geboekt.

Een specifiek punt ten aanzien van groot onderhoud is de verwerking van de SIM ( Subsidieregeling instandhouding Monumenten ) regeling, vroeger BRIM.

Stel uw kosten groot onderhoud conform het onderhoudsplan zijn voor de komende 6 jaar € 300.000.
Uw onderhoudsdotatie is dan bruto € 50.000. De subsidiabele kosten groot onderhoud bedragen over deze periode € 200.000.
U krijgt een SIM bijdrage van 50 % over de periode zijnde € 100.000 over 6 jaar.
U moet dus zelf de € 200.000 aan groot onderhoud besteden. Uw onderhoudsdotatie is dan € 200.000 gedeeld door 6 = € 33.333.

De omvang van de onderhoudsvoorziening is dan de beginstand van de onderhoudsvoorziening plus de netto-dotatie ( € 50.000 min 16.666 van de SIM regeling ) min de besteding van dat jaar.

De subsidiebijdrage wordt rechtstreeks van de onderhoudsvoorziening afgeboekt.

Het begrip voorziening is verder in de richtlijn duidelijk gebonden aan strikte regels, waardoor nogal wat voorzieningen volgens deze richtlijn niet meer als voorziening maar als een bestemmingsreserve gepresenteerd moeten worden.
Bv een voorziening predikantsplaats is in feite een reserve voor de dekking van toekomstige tekorten en moet dan ook als bestemmingsreserve worden gepresenteerd.

Zie ook verderop de verwerking van bestemmingsreserves.