Laatst bijgewerkt op: 21-05-2019 - aantal paginaweergaves: 16 - gemiddelde leestijd: 1 minuut, 18 seconden

C.4 Beleggingen

C.4 Beleggingen

Effecten worden gewaardeerd tegen actuele waarde.

De resultaten van de op actuele waarde gewaardeerde effecten worden verwerkt in de staat van baten en lasten. Het hangt van het beleid van de gemeente of diaconie af of dit in onderdeel A of in onderdeel B wordt verantwoord. Zie verder hoofdstuk D.1.

In de toelichting op de balans worden het risicoprofiel en de duurzaamheidscriteria volgens het beleggingsstatuut vermeld

Toelichting

Beleggingen in effecten (aandelen, obligaties, participaties in fondsen etc.) moeten gewaardeerd worden op actuele waarde, de waarde die zij aan het einde van het boekjaar hebben.
Die waarde is van jaar tot jaar verschillend en leidt daarom tot koerswinsten en -verliezen.
Die koersresultaten worden verantwoord in de staat van baten en lasten. In onderdeel A als deze resultaten frequent voorkomen omdat er regelmatig effecten worden gekocht en verkocht.

Bestaat de effectenportefeuille (vrijwel) geheel uit obligaties die tot aan het einde van de looptijd worden aangehouden, dan kunnen koersresultaten, die bij het einde van de looptijd tot (vrijwel) nihil zijn gereduceerd, ook in onderdeel B verantwoord worden.

Zie verder de toelichting bij D1.

Bij een beleggingsportefeuille hoort een beleggingsstatuut, waarin o.a. de beleggingsstrategie (belegt men bijvoorbeeld zeer defensief of juist offensief) en de eventuele duurzaamheidscriteria (belegt men duurzaam en welke sectoren/bedrijven zijn daarom bijvoorbeeld uitgesloten) zijn opgenomen.

Deze beide onderdelen van het beleggingsbeleid moeten (ook) in de toelichting bij de jaarrekening worden opgenomen.