Laatst bijgewerkt op: 21-05-2019 - aantal paginaweergaves: 249 - gemiddelde leestijd: 1 minuut, 27 seconden

D 1 Administratieve vereenvoudiging effecten

Eerder is opgemerkt dat het bijhouden van alle effectentransacties en de bijbehorende koersresultaten administratief bewerkelijk is.
Het kan eenvoudiger, maar daarvoor is nodig dat er een aparte bankrekening is, waarover uitsluitend alle effectentransacties lopen en waarop alle dividenden, rente etc. worden ontvangen.
Dan bestaat de totale beleggingsportefeuille uit de beleggingen (onderverdeeld in aandelen, obligaties, alternatieven, etc.) plus een bankrekening voor de liquiditeiten en de transacties (dit is overigens bijna altijd het geval bij het in beheer geven van de beleggingen).

Alle in een kwartaal of jaar ontvangen dividenden, rente etc. worden bijgehouden en de eventuele overboekingen naar andere bankrekeningen.
U neemt het eindsaldo van de effectenportefeuille, telt het eindsaldo van de bankrekening erbij op, trekt de ontvangen dividenden, rente etc. er vanaf (en de overboekingen naar andere bankrekeningen erbij op) en het beginsaldo van de effectenportefeuille en dat van de bankrekening. Dan houd u het koersresultaat over.
Maar dat is dan zowel het gerealiseerde als het ongerealiseerde resultaat en beantwoordt dus niet geheel aan het voorzichtigheidsprincipe.
De vraag is of dat zo erg is op langere termijn.
Een koersresultaat wordt namelijk niet gerealiseerd, omdat de verwachting is dat de koers verder zal stijgen en dan pas zal worden geïncasseerd.
Dat proces herhaalt zich voortdurend, zodat je in het huidige boekjaar ongerealiseerde winsten van vorig jaar realiseert en dat gebeurt volgend boekjaar opnieuw.
Daardoor geeft de resultatenrekening over de jaren heen een betrouwbaar beeld.
Dat maakt deze methode, mits consequent toegepast, toepasbaar en wordt dan ook geaccepteerd door accountants.
Het scheelt in elk geval in de administratieve werkdruk en in de kosten.