Praktijkvoorbeelden

Een pastorie met een boekwaarde van 700.000 wordt in 2023 verkocht voor 800.000, dus met een boekwinst van 100.000. Voor deze pastorie is er een herwaarderingsreserve van 400.000. Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in 2023:

  1. Bij rekening 00.40 'Pastorieën bewoond door predikant' op scherm 'Balansposten': -700.000. Bij rekening 21.94 'Herwaarderingsreserves' op scherm 'Balansposten': -400.000.
  2. Bij rekening 95.30 'Boekwinsten onroerende zaken' op scherm '95 Incidentele baten': +100.000
  3. Bij rekening 90.10 'Onttrekkingen bestemmingsreserves' op scherm 90 'Onttr. bestemmingsreserves/-fondsen': +400.000.

Het effect van deze stappen is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat verslagjaar (A+B) neemt toe met 100.000 (de boekwinst)
  • het resultaat (D) neemt toe met 500.000: 100.000 van resultaat A+B en 400.000 van de mutatie van de herwaarderingsreserve
  • de vrije buffer (de algemene reserve plus de herwaarderingsreserve minus de waarde van de kerkelijke goederen) neemt toe met 800.000: de afname van de boekwaarde van de kerkelijke goederen met 700.000 (toename vrije buffer), de afname van de herwaarderingsreserve met 400.000 (afname vrije buffer) en het resultaat D van 500.000 (toename vrije buffer)
  • de liquiditeit neemt toe met 800.000: de opbrengst van de verkoop (700.000 boekwaarde en 100.000 boekwinst).

In 2024 wordt 60.000 toegevoegd aan de bestemmingsreserve voor de restauratie van het kerkgebouw. Hiervoor wordt op het scherm 60 'Toev. Bestemmingsreserves/-fondsen' in de kolom voor aanpassingen in 2024 bij rekening 60.10 'Toevoegingen bestemmingsreserves' 60.000 ingevuld. Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) neemt af met 60.000
  • de vrije buffer neemt af met 60.000
  • de liquiditeit verandert niet.

Een verhuurd bedrijfspand (een vastgoedbelegging) is in waarde gedaald, wat tot een herwaardering van -125.000 leidt. Deze herwaardering gaat niet ten laste van een herwaarderingsreserve gebracht worden. Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  1. Bij rekening 00.70 'Overige gebouwen' op scherm 'Balansposten': -125.000.
  2. Bij rekening 95.31 'Herwaardering onroerende zaken' op scherm 95 'Incidentele baten': -125.000

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) neemt af met 125.000
  • de vrije buffer neemt af met 125.000
  • de liquiditeit verandert niet.
  1. er is voor herwaardering onroerende zaken alleen een batenrekening (95.31). Een herwaarderingsverlies moet als een negatieve post op deze batenrekening opgevoerd worden.
  2. herwaarderingen zijn in de meerjarenraming in de meeste gevallen niet zinvol, omdat de waarde in de toekomst niet bepaald kan worden.

De kosterswoning zal langdurig verhuurd worden aan derden. Hierdoor is deze geen kerkelijk onroerend goed meer, maar een vastgoedbelegging. De woning heeft een boekwaarde van 350.000. Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  1. Bij rekening 00.50 'Kosterswoningen bewoond door koster' op scherm Balansposten: -350.000. Bij 00.70 'Overige gebouwen' op scherm 'Balansposten': +350.000.

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) verandert niet
  • de vrije buffer neemt toe met 350.000
  • de liquiditeit verandert niet.

In dit soort gevallen moet ook gekeken worden naar andere effecten, zoals een wijziging van de huurinkomsten, een investering om het pand op de vrije markt verhuurbaar te maken, enzovoort. In dit voorbeeld zijn dergelijke effecten niet meegenomen.

Er wordt een nieuw orgel aangeschaft voor 225.000.
Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  • Bij rekening 01.95 'Niet-monumentale orgels' op scherm Balansposten: +225.000.

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) verandert niet
  • de vrije buffer neemt af met 225.000
  • de liquiditeit neemt af met 225.000.

Het is mogelijk dat de aankoop tot extra kosten in komende jaren leidt, bijvoorbeeld onderhoud en afschrijving. Als deze materieel zijn, zouden die ook in de meerjarenraming verwerkt moeten worden.

Het kerkelijk centrum wordt uitgebreid voor 325.000. Voor deze uitbreiding wordt een bestemmingsreserve van 160.000 gebruikt.
Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  1. Bij rekening 00.30 'Kerkelijke verenigingsgebouwen/centra' op scherm Balansposten: +325.000.
  2. Bij rekening 90.10 'Onttrekkingen aan bestemmingsreserves' op scherm 90 'Onttr. bestemmingsreserves/-fondsen': +160.000.

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) neemt toe met 160.000 door de onttrekking aan de bestemmingsreserve
  • de vrije buffer neemt af met per saldo 165.000: een afname van 325.000 doordat er meer kerkelijke activa zijn en een toename van 160.000 door de onttrekking aan de bestemmingsreserve
  • de liquiditeit neemt af met 325.000.

Het kerkelijk centrum wordt gewaardeerd op 625.000. Dat is 100.000 meer dan de boekwaarde. Hiervoor wordt een nieuwe herwaarderingsreserve gevormd.
Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  1. Bij rekening 00.30 'Kerkelijke verenigingsgebouwen/centra' op scherm Balansposten: +100.000. Bij rekening 21.94 'Herwaarderingsreserves' op scherm Balansposten: +100.000.
  2. Bij rekening 95.31 Herwaardering onroerende zaken' op scherm 95 'Incidentele baten': +100.000.
  3. Bij rekening 60.10 'Toevoegingen aan bestemmingsreserves' op scherm 60 'Toev. Bestemmingsreserves/fondsen': +100.000

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) verandert niet: de bate van de herwaardering valt weg tegen de last van de toevoeging aan de bestemmingsreserve.
  • de vrije buffer wijzigt niet: de hogere waarde van de kerkelijke activa valt weg tegen de hogere herwaarderingsreserve
  • de liquiditeit wijzigt niet.

Herwaarderingen zijn in de meerjarenraming in de meeste gevallen niet zinvol, omdat de waarde in de toekomst niet bepaald kan worden.

Er wordt 4 ha. landbouwgrond aangekocht voor 305.000.
Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  • Bij rekening 00.80 'Onbebouwde eigendommen' op scherm Balansposten: +305.000.

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) wijzigt niet
  • de vrije buffer wijzigt niet
  • de liquiditeit neemt af met 305.000.

Een monumentaal kerkgebouw wordt verkocht voor 100.000. De boekwaarde is 1.
Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  • Bij rekening 00.10 'Monumentale kerkgebouwen' op scherm Balansposten: -1
  • Bij rekening 95.30 'Boekwinsten onroerende zaken' op scherm 95 'Incidentele baten': +99.999.

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) neemt toe met 99.999.
  • de vrije buffer neemt toe met 100.000: +1 door de vermindering van de kerkelijke activa en +99.999 door de boekwinst bij de verkoop.
  • de liquiditeit neemt toe met 100.000.

Een kerkelijk verenigingsgebouw wordt 175.000 hoger gewaardeerd, omdat de waardering in de boeken niet aan de huidige normen voldeed. Besloten wordt om een herwaarderingsreserve van 130.000 te vormen.
Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  1. Bij rekening 00.30 'Kerkelijke verenigingsgebouwen/centra' op scherm Balansposten: +175.000. Bij rekening 21.94 'Herwaarderingsreserves' op scherm Balansposten: +130.000.
  2. Bij rekening 95.31 Herwaardering onroerende zaken' op scherm 95 'Incidentele baten': +175.000.
  3. Bij rekening 60.10 'Toevoegingen aan bestemmingsreserves' op scherm 60 'Toev. Bestemmingsreserves/fondsen': +130.000

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) neemt toe met 45.000: het saldo van de incidentele bate (+175.000) en de toevoeging aan de bestemmingsreserve (-130.000)
  • de vrije buffer wijzigt niet: de daling van 175.000 door de hogere waarde van de kerkelijke activa valt weg tegen de stijging van resultaat (D) met 45.000 en de stijging van de herwaarderingsreserve met 130.000.
  • de liquiditeit wijzigt niet.

Een verhuurd winkelpand wordt 80.000 lager gewaardeerd. Dat is 45.000 meer dan de voor dit object bestaande herwaarderingsreserve, die voor het resterende deel van 35.000 gebruikt wordt.
Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  1. Bij rekening 00.70 'Overige gebouwen' op scherm Balansposten: -80.000. Bij rekening 21.94 'Herwaarderingsreserves' op scherm Balansposten: -35.000.
  2. Bij rekening 95.31 Herwaardering onroerende zaken' op scherm 95 'Incidentele baten': -80.000.
  3. Bij rekening 90.10 'Onttr. bestemmingsreserves/-fondsen' op scherm 90 'Onttr. bestemmingsreserves/-fondsen': +35.000

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) neemt af met 45.000: het saldo van de incidentele last (-80.000) en de onttrekking aan de bestemmingsreserve +35.000)
  • de vrije buffer daalt met 80.000: de daling van de herwaarderingsreserve met 35.000 en het negatieve resultaat (D) van 45.000.
  • de liquiditeit wijzigt niet.
  1. Er is voor herwaardering onroerende zaken alleen een batenrekening (95.31). Een herwaarderingsverlies moet als een negatieve post op deze batenrekening opgevoerd worden.
  2. herwaarderingen zijn in de meerjarenraming in de meeste gevallen niet zinvol, omdat de waarde in de toekomst niet bepaald kan worden.

In dit geval vindt er een aantal acties in hetzelfde jaar plaats. In het totaaloverzicht van de meerjarenraming is alleen het totaaleffect zichtbaar. Dit voorbeeld is opgenomen om te illustreren hoe combinaties van acties het eindresultaat beïnvloeden.
De acties zijn:
a. Een kerkelijk centrum wordt 135.000 hoger gewaardeerd. Hiervoor wordt een herwaarderingsreserve gevormd.
b. Een verhuurd woonhuis wordt 55.000 lager gewaardeerd. Er is geen herwaarderingsreserve.
c. Een ander verhuurd woonhuis wordt 20.000 lager gewaardeerd, wat ten laste van een herwaarderingsreserve gebracht wordt.
d. Een perceel grond wordt verkocht voor 75.000, de boekwinst is 10.000, er is geen herwaarderingsreserve
e. Er wordt een bestemmingsreserve voor pastoraat gevormd van 40.000.

Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar (de cijfers verwijzen naar de drie stappen bij wijzigingen van waarderingen (zie inleiding), de letters verwijzen naar bovenstaande acties):

  1. a. Bij rekening 00.30 'Kerkelijke verenigingsgebouwen/centra' op scherm Balansposten: +135.000. Bij rekening 21.94 'Herwaarderingsreserves' op scherm Balansposten: +135.000.
    b. Bij rekening 00.70 'Overige gebouwen' op scherm Balansposten: -55.000.
    c. Bij rekening 00.70 'Overige gebouwen' op scherm Balansposten: -20.000 Bij rekening 21.94 'Herwaarderingsreserves' op scherm Balansposten: -20.000
    d. Bij rekening 00.80 'Onbebouwde eigendommen op scherm Balansposten: -65.000

  2. a. Bij rekening 95.31 Herwaardering onroerende zaken' op scherm 95 'Incidentele baten': +135.000.
    b. Bij rekening 95.31 Herwaardering onroerende zaken' op scherm 95 'Incidentele baten': -55.000.
    c. Bij rekening 95.31 Herwaardering onroerende zaken' op scherm 95 'Incidentele baten': -20.000
    d. Bij rekening 95.30 'Boekwinsten onroerende zaken' op scherm 95 'Incidentele baten': +10.000

  3. a. Bij rekening 60.10 'Toevoegingen bestemmingsreserves' op scherm 60 'Toev. Bestemmingsreserves/fondsen': +135.000
    c. Bij rekening 90.10 'Onttrekkingen bestemmingsreserves' op scherm 60 'Toev. Bestemmingsreserves/fondsen': -20.000.
    e. Bij rekening 60.10 'Toevoegingen bestemmingsreserves' op scherm 60 'Toev. Bestemmingsreserves/fondsen': +40.000

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) neemt af met 85.000: het saldo van de incidentele baten en lasten (+70.000) en de toevoegingen en onttrekkingen aan de bestemmingsreserve (-155.000)
  • de vrije buffer daalt met 105.000: de wijziging van de herwaarderingsreserve (per saldo -75.000), de toevoeging aan de bestemmingsreserve pastoraat (-40.000) en de boekwinst op de verkoop (+10.000)
  • de liquiditeit stijgt met 75.000.
  1. herwaarderingen zijn in de meerjarenraming in de meeste gevallen niet zinvol, omdat de waarde in de toekomst niet bepaald kan worden.
  2. in de meerjarenraming moeten meerdere bedragen die op dezelfde rekeningen verwerkt moeten worden handmatig gesaldeerd worden. Het saldo wordt vervolgens als één bedrag in de meerjarenraming gezet.
  3. aanbevolen wordt om voor dergelijke complexe gevallen bij de betreffende rekening bij de opmerkingen (het tekstballonnetje rechtsboven bij een rekening(sub)groep) te omschrijven hoe het bedrag samengesteld is.

Een pastorie (bewoond door de predikant) wordt per 1 januari verkocht voor 615.000. De boekwaarde is 570.000. Er is een herwaarderingsreserve van 115.000, die voor 75.000 afgeboekt wordt. Daarnaast is er een onderhoudsvoorziening van 65.000, die niet meer nodig is. De huuropbrengst van 12.000 per jaar vervalt.
Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:
Voor de afhandeling van de verkoop:

  1. Bij rekening 00.40 'Pastorieën bewoond door predikant' op scherm Balansposten: -570.000. Bij rekening 21.94 'Herwaarderingsreserves' op scherm Balansposten: -75.000.
  2. Bij rekening 95.30 'Boekwinsten onroerende zaken' op scherm 95 'Incidentele baten': +45.000.
  3. Bij rekening 90.10 'Onttrekkingen aan bestemmingsreserves' op scherm 90 'Onttr. Bestemmingsreserves/fondsen': +75.000.

Voor de beëindiging van de onderhoudsvoorziening:

  • Bij rekening 40.47 'Dotaties aan onderhoudsvoorzieningen' op scherm 40 'Kosten kerkelijke gebouwen exclusief afschrijvingen' in het betreffende jaar als aanpassing 65.000 plus de voor dat jaar normale dotatie voor de verkochte pastorie invoeren met tegengesteld teken. Dus als er in het betreffende jaar normaliter 10.000 voor deze pastorie gedoteerd wordt aan de onderhoudsvoorziening, moet er nu -(65.000+10.000) = -75.000 ingevoerd worden.
  • Als dit de enige pastorie was, waarvoor gedoteerd wordt aan de onderhoudsvoorziening, moet in het volgende jaar een nul gezet worden. Daarmee stopt de dotatie voor volgende jaren.
  • Als er voor andere pastorieën nog gedoteerd wordt aan de onderhoudsvoorziening, moet het bedrag van de dotatie voor de verkochte pastorie in alle volgende jaren als negatief bedrag bij de aanpassingen voor de dotatierekening gezet worden.
  • De onderhoudsvoorziening kan niet afgeboekt worden door een onttrekking aan de onderhoudsvoorziening op het scherm 'Balansposten', omdat dat een liquiditeitseffect zou hebben. Daarnaast zouden de jaarlijkse dotaties voor de verkochte pastorie in de meerjarenraming door blijven gaan in de kosten.

Voor het laten vervallen van de jaarlijkse huuropbrengst:

  • Als dit de enige pastorie was, waarvoor er huuropbrengsten zijn, moet in het jaar van de transactie een nul gezet worden bij de aanpassingen voor rekening 80.40 'Pastorieën bewoond door predikant' op scherm 80 'Opbrengsten onroerende zaken', aannemende dat de verkoop per 1 januari is. Anders kan het bedrag, dat dat jaar minder ontvangen wordt dan oorspronkelijk geraamd, als negatieve post opgevoerd worden en moet de aanpassing in het volgende jaar op nul gezet worden. Daarmee stopt de huuropbrengst in volgende jaren.
  • Als er voor andere pastorieën nog huuropbrengsten zijn, moet het bedrag van de huur voor de verkochte pastorie in het betreffende jaar en alle volgende jaren als negatief bedrag bij de aanpassingen voor de huuropbrengsten (rekening 80.40) gezet worden

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) neemt toe met af met 195.000: het saldo van het verlagen van de onderhoudsvoorziening (+75.000) de boekwinst op de verkoop (+45.000) en de onttrekkingen aan de herwaarderingsreserve (+75.000)
  • de vrije buffer neemt toe met 690.000: het saldo van resultaat D (+195.000), de vermindering van de kerkelijke activa (+570.000) en de verlaging van de herwaarderingsreserve (-75.000)
  • de liquiditeit stijgt met 615.000 door de opbrengst van de verkoop.
    Daarnaast is de opbrengst uit de verhuur van het pand vanaf het jaar van de verkoop ieder jaar 12.000 lager. De jaarlijkse kosten zijn vanaf het jaar van de verkoop 10.000 lager door het vervallen van de dotatie aan de onderhoudsvoorziening.
  1. in de meerjarenraming moeten meerdere bedragen die op dezelfde rekeningen verwerkt moeten worden handmatig gesaldeerd worden. Het saldo wordt vervolgens als één bedrag in de meerjarenraming gezet.
  2. aanbevolen wordt om voor dergelijke complexe gevallen bij de betreffende rekening bij de opmerkingen (het tekstballonnetje rechtsboven bij een rekening(sub)groep) te omschrijven hoe het bedrag samengesteld is.

De koster vertrekt en de kosterswoning wordt verhuurd aan een derde. De woning staat voor 200.000 in de boeken, maar blijkt 500.000 waard te zijn. Voor het verschil van 300.000 wordt een herwaarderingsreserve gevormd.
Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  1. Bij rekening 00.50 'Kosterswoningen bewoond door koster' op scherm Balansposten: ‑200.000. Bij 00.70 'Overige gebouwen' op scherm 'Balansposten': +500.000.
  2. Bij rekening 95.31 'Herwaardering onroerende zaken' op scherm 95 'Incidentele baten': +300.000.
  3. Bij rekening 60.10 'Toevoegingen aan bestemmingsreserves' op scherm 60 'Toev. Bestemmingsreserves/fondsen': +300.000

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) verandert niet: de boekwinst (+300.000) valt weg tegen de toevoeging aan de herwaarderingsreserve (-300.000)
  • de vrije buffer neemt toe met 500.000: de waarde van de kerkelijke activa wordt lager (effect op vrije buffer: +200.000), de herwaarderingsreserve wordt hoger (effect op vrije buffer +300.000)
  • de liquiditeit verandert niet.

In dit soort gevallen moet ook gekeken worden naar andere effecten, zoals een wijziging van de huurinkomsten, een investering om het pand op de vrije markt verhuurbaar te maken, enzovoort. In dit voorbeeld zijn dergelijke effecten niet meegenomen.

Door een legaat vervalt een lening van 25.000. De erflater heeft geen condities gesteld aan de besteding.
Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  • Bij 23.xx 'Langlopende schulden excl. begraafplaatsen' onder 23 'Langlopende schulden op scherm Balansposten: -25.000
  • Bij rekening 95.40 'Ontvangen legaten/erfenissen/schenkingen' op scherm 95 'Incidentele baten': +25.000.

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) neemt toe met 25.000: de incidentele baat van het legaat
  • de vrije buffer neemt toe met 25.000: het effect op het resultaat (D) (+25.000)
  • de liquiditeit verandert niet.

Een monumentaal orgel in een kerkelijk gebouw wordt gerestaureerd voor 150.000. Daarvan komt 100.000 uit een onderhoudsvoorziening. De rest komt uit een bestemmingsreserve. De waarde van het orgel wijzigt niet.
Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  • Bij rekening 22.10 'Onderhoudsvoorzieningen' onder 22 'Voorzieningen' op scherm Balansposten: -100.000
  • Bij rekening 40.61 'Onderhoud monumentale orgels' op scherm 40 'Kosten kerkelijke gebouwen exclusief afschrijvingen': +50.000
  • Bij rekening 90.10 'Onttrekkingen aan bestemmingsreserves' op scherm 90 'Onttr. Bestemmingsreserves/fondsen': +50.000.

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) wijzigt niet: de kosten, die ten laste van het resultaat van het betreffende jaar komen (50.000), vallen weg tegen de onttrekking aan de bestemmingsreserve
  • de vrije buffer blijft gelijk: de waarde van de kerkelijke activa wijzigt niet en er is geen effect via het resultaat (D)
  • de liquiditeit daalt met 150.000: de totale kosten van de restauratie.

Deze verwerking heeft alleen betrekking op de gemeente. In dit voorbeeld heeft de begraafplaats een aparte boekhouding.
Het resultaat van de begraafplaats is 35.000 (baten 110.000 en lasten 75.000). Het resultaat wordt door de begraafplaats niet uitgekeerd aan de gemeente. De gemeente voegt het resultaat toe aan de reserve begraafplaatsen.
Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  1. Bij rekening 02.30 'Begraafplaatsen' op scherm 'Balansposten': +35.000.
  2. Bij rekening 95.50 'Baten begraafplaatsen' op scherm 95 'Incidentele baten': +110.000. Bij rekening 65.50 'Lasten begraafplaatsen' op scherm 65 'Incidentele lasten': +75.000.
  3. Bij rekening 60.10 'Toevoegingen aan bestemmingsreserves' op scherm 60 'Toev. Bestemmingsreserves/fondsen': +35.000

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) verandert niet: de winst (+35.000) valt weg tegen de toevoeging aan de bestemmingsreserve (-35.000)
  • de vrije buffer wijzigt niet
  • de liquiditeit wijzigt niet.

De begraafplaats wordt voor 160.000 uitgebreid. Dit wordt betaald uit eigen middelen van de begraafplaats.
In dit geval is er geen effect op de boeken van de gemeente en dus ook niet op de meerjarenraming. Vanuit de gemeente gezien verandert er niets. Bij de begraafplaats nemen de activa toe met 160.000 en nemen de geldmiddelen met 160.000 af.
Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) blijft gelijk
  • de vrije buffer gelijk
  • de liquiditeit blijft gelijk.

De begraafplaats wordt voor 160.000 uitgebreid. Dit wordt betaald uit een lening van derden.
Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  1. Bij rekening 02.30 'Begraafplaatsen' op scherm 'Balansposten': +160.000. Bij rekening 23.40 'Passiva begraafplaatsen': +160.000
  2. Geen actie bij de baten en lasten (resultaat (A+B))
  3. Geen actie bij de toevoegingen en onttrekkingen aan bestemmingsreserves (resultaat (D)).

Het effect is te zien op het scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) blijft gelijk
  • de vrije buffer gelijk
  • de liquiditeit blijft gelijk.

De gemeente heeft een lening gegeven, waarvan het saldo nog 50.000 is. Inmiddels is vastgesteld dat de partij die de lening ontvangen heeft niet in staat zal zijn om de nog uitstaande schuld af te lossen. Daarom is besloten om het uitstaande bedrag van de lening kwijt te schelden.

Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  • Bij 02.xx 'Financiële vaste activa (excl. begraafplaatsen)' onder 02 'Financiële vaste activa' op scherm Balansposten: -50.000
  • Bij rekening 65.10 'Incidentele lasten' op scherm 65 'Incidentele lasten': +50.000

Het effect is terug te zien op scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) neemt af met 50.000: de incidentele last van de kwijtschelding van de lening u/g
  • de vrije buffer neemt af met 50.000: het effect op het resultaat (D) (-50.000) werkt door in de algemene reserve
  • de liquiditeit verandert niet.

De gemeente A heeft een deelname in een stichting ABC waarin ook twee andere kerkgenootschappen, B en C deelnemen, allen voor 1/3 deel. Deze deelname is niet opgenomen in de jaarrekening van de gemeente. Dit zal voortaan wel moeten gebeuren om te voldoen aan de van toepassing zijnde richtlijnen.

Het balanstotaal van stichting ABC is 150.000. Het eigen vermogen bedraagt 60.000, het vreemd vermogen is 90.000. De kapitaaldeelname in de stichting kwam tot nu tot niet voor in de jaarrekening van de gemeente. Nu moet daarom 1/3 deel van de balans- en exploitatiecijfers worden opgenomen.

Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  • Bij 02.20 'Kapitaaldeelnamen in stichtingen' onder 02 'Financiële vaste activa' op scherm Balansposten: +50.000 (1/3 van het balanstotaal van de stichting)
  • Bij 23.30 'Langlopende schulden': +30.000 (1/3 deel van het vreemd vermogen van de stichting)
  • Bij rekening 85.20 'Bijdragen van andere niet-kerkelijke instellingen' +20.000 (1/3 deel van het eigen vermogen van de stichting)
  • Bij rekening 60.10 'Toevoegingen bestemmingsreserves' op scherm 60 'Toevoeging bestemmingsreserves/-fondsen': +20.000 (het toevoegen van de boekwinst van het niet eerder op de balans vermelde 1/3 deel van het vermogen van de stichting aan een bestemmingsreserve).

Het effect is terug te zien op scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) blijft gelijk: de bate van het opvoeren van de waarde van het aandeel in het eigen vermogen van de stichting valt weg tegen te toevoeging aan de bestemmingsreserve.
  • de vrije buffer blijft gelijk, omdat er geen effect is op het resultaat (D).
  • de liquiditeit verandert niet.

Vanaf het jaar van het in de jaarrekening van de gemeente vermelden van de deelname in de stichting moeten de verwachte mutaties in de waarderingen van de stichting en de effecten daarvan op het resultaat verwerkt worden in de meerjarenraming.

Dit werkt op dezelfde manier als bij het voor de eerste keer toevoegen van de deelname in de stichting, maar dan voor de waarde van de mutaties per jaar.

De gemeente heeft een begraafplaats. Deze is niet opgenomen in de jaarrekening van de gemeente. Dit zal voortaan wel moeten gebeuren om te voldoen aan de van toepassing zijnde richtlijnen.

Het balanstotaal van de begraafplaats is 100.000. Het eigen vermogen bedraagt 45.000, het vreemd vermogen is 55.000.

Dit wordt als volgt verwerkt in de meerjarenraming in de kolommen voor aanpassingen in het betreffende jaar:

  • Bij 02.30 'Begraafplaatsen' onder 02 'Financiële vaste activa' op scherm Balansposten: +100.000
  • Bij 23.40 'Passiva begraafplaatsen' onder 23 'Langlopende schulden' op scherm Balansposten: +55.000
  • Bij rekening 95.10 'Incidentele baten' op scherm 95 'Incidentele baten': +45.000
  • Bij rekening 60.10 'Toevoegingen bestemmingsreserves' op scherm 60 'Toev. bestemmingsreserves/-fondsen': +45.000.

Het effect is terug te zien op scherm 'Totaal raming':

  • het resultaat (D) blijft gelijk: de incidentele bate van het opvoeren van de waarde van het eigen vermogen van de begraafplaats valt weg tegen te toevoeging aan de bestemmingsreserve
  • de vrije buffer blijft gelijk, omdat er geen effect is op het resultaat (D)
  • de liquiditeit verandert niet.

Vanaf het jaar van het vermelden van de begraafplaats in de jaarrekening van de gemeente moeten de verwachte mutaties in de waarderingen van de begraafplaats en de effecten daarvan op het resultaat verwerkt worden in de meerjarenraming.

Dit werkt op dezelfde manier als bij het voor de eerste keer toevoegen van de begraafplaats, alleen wordt niet de rekening 95.10 'Incidentele baten' gebruikt, maar de rekeningen 65.50 'Lasten begraafplaatsen' en 95.50 'Baten begraafplaatsen'. Het saldo van de lasten en de baten van de begraafplaats wordt in de bestemmingsreserves verwerkt door een toevoeging (rekening 60.10) of een onttrekking (rekening 90.10).