Scherm Totaal raming

Op scherm Totaal raming komen alle eerder ingevoerde gegevens samen als de uiteindelijke meerjarenraming. Er wordt een totaaloverzicht gegeven van de ontwikkeling vanaf drie jaren in het verleden tot negen jaren in de toekomst. De gegevens op dit scherm zullen, samen met de informatie op het dashboard, de belangrijkste input zijn voor de financiële aspecten van de beleidsvorming van de gemeente en de diaconie.

Allereerst wordt de staat van baten en lasten geprojecteerd tot het einde van de planperiode. De opstelling is in lijn met de GCBB-richtlijn voor de jaarverslaggeving.

Vervolgens worden de vrije buffer en de liquiditeit berekend en wordt, alleen voor gemeenten, niet voor diaconieën) een indicatie van het risico (laag, gematigd, hoog of zeer hoog) gegeven.

De vrije buffer bestaat uit de algemene reserve plus de herwaarderingsreserve minus de waarde van de kerkelijke activa (kerkgebouwen, kerkelijke verenigingsgebouwen, pastorieën (bewoond door predikant), kosterswoningen (bewoond door koster), installaties en inventarissen in kerkelijke gebouwen, orgels). Voor de andere passiva wordt aangenomen dat die niet vrij zijn. Bij bestemmingsreserves hoeft dat niet het geval te zijn, maar op basis van de balanscijfers is niet te bepalen of er een verplichting verbonden is met een bestemmingsreserve. De berekening van de vrije buffer is daardoor aan de veilige kant.

De liquide middelen bestaan uit de beleggingen en de geldmiddelen. In de ramingen van de liquide middelen per jaar worden de bewegingen die een effect hebben op die liquide middelen meegenomen, zoals resultaat (A+B), correcties daarop voor afschrijvingen, herwaarderingen en dotaties aan voorzieningen, (des)investeringen, nieuwe leningen en aflossingen en onttrekkingen aan voorzieningen.

De ramingen zijn gebaseerd op allerlei aannames. De ramingen zullen nooit helemaal correct zijn.
De liquide middelen bestaan in de meerjarenraming uit de som van rekeninggroep 03 'Beleggingen' en rekeninggroep 12 'Geldmiddelen'.
De liquide middelen in de meerjarenraming zijn niet te vergelijken met de kasstroom in de meerjarenraming, die alleen een uitwerking van het verloop met betrekking tot de geldmiddelen bevat.

De kengetallen Vrije buffer t.o.v. totaal jaarlijkse lasten en Levensduur vrije buffer (in jaren) geven aan hoeveel ruimte de vrije buffer heeft ten opzichte van de lasten en van het resultaat. Op basis hiervan wordt voor gemeenten per jaar een globale indicatie gegeven van het risico dat verbonden is met de financiële positie van de gemeente. Voor een diaconie wordt deze indicatie van het risico niet gemaakt.