Scherm Variabelen

[TOC]

De op het scherm Variabelen opgenomen gegevens sturen de berekeningen van de ramingen.

De variabelen zijn onder te verdelen in drie groepen: a. Kosten predikanten b. Indexen voor lasten c. Indexen voor baten

Naast de indexen voor baten en lasten is er een 'nul-index' voor gevallen waarbij niet geïndexeerd wordt.

a Kosten predikanten

De kosten van de predikanten worden bepaald door de bezetting en de bezettingsbijdrage.

De bezettingsbijdrage, die als uitgangspunt dient voor de ramingen, en de index voor de verwachte toekomstige ontwikkeling van de predikantskosten worden jaarlijks vastgesteld.

De bezettingsbijdrage is gelijk aan het bedrag, dat jaarlijks in september gecommuniceerd wordt voor de begroting van het volgende jaar. Zo wordt voor de meerjarenraming 2020 gerekend met het voor de begroting 2020 opgegeven bedrag.

Per jaargang van de meerjarenraming zijn de voor de ramingen te gebruiken indexen voor de predikantskosten in FRIS beschikbaar. Omdat de indexen steeds naar de laatste inzichten vastgesteld worden kan het zijn dat de percentages voor hetzelfde jaar in volgende jaargangen van de meerjarenraming verschillend zijn.

De bezettingsbijdrage en de indexen voor predikantskosten kunnen niet aangepast worden.

De bezetting, zoals die in het verleden was, wordt overgenomen uit eerder in FRIS ingediende jaarrekeningen en begrotingen.

Het verloop van de kosten voor toekomstige jaren kan beïnvloed worden door het percentage van de predikantsbezetting te variëren. Het percentage is het totaal van de bezetting. Zo geeft bijvoorbeeld een bezetting van een fulltime predikant en een parttime 0,4 FTE predikant een totale bezetting van 140%.

Door het variëren van het bezettingspercentage kan eenvoudig duidelijk gemaakt worden wat het financiële effect is van bijvoorbeeld een wijziging in de predikantsbezetting of van een vacaturetijd. Daarbij moet uiteraard rekening gehouden worden met eerdere solvabiliteitsverklaringen en termijnen van aangegane verplichtingen.

b Indexen voor lasten

De indexen voor de kosten van predikanten en kerkelijk werkers en de index voor de algemene kosten worden jaarlijks vastgesteld door een door het GCBB ingestelde commissie. Deze commissie gebruikt hiervoor bronnen zoals de middellangetermijnverkenningen van het Centraal Planbureau.

c Indexen voor baten

De ontwikkeling van de opbrengsten levend geld moet bepaald worden door de gemeente. Als eerste aanzet wordt door FRIS de op het scherm Verloop bepaalde trend voorgesteld. De percentages per jaar moeten door de gemeente verder verfijnd worden op basis van bijvoorbeeld verwachte ontwikkelingen van de leeftijdssamenstelling binnen de gemeente, het geefgedrag, kerkbezoek, externe lokale ontwikkelingen enz.

De berekende trend geeft niet meer dan een globale indicatie. Andere factoren die het verloop beïnvloeden, zoals vergrijzing en geefgedrag binnen een gemeente, kunnen plaatselijk tot een ander beeld leiden dan de berekende trend aangeeft.
Ook kunnen incidentele grote fluctuaties in het verleden het beeld, dat de trendberekening geeft, minder toepasbaar voor de toekomst maken.